Februari: aan de slag

We zijn er weer aan begonnen. Aan een nieuw jaar ! Al is het heel nat begonnen en werd het daarna gevolgd door kilte en lichte vrieskou, toch geeft ons dat moed om stilaan terug aan de slag te gaan in de tuin. We hebben al veel folders en catalogi doorbladert om nieuwe ideeën op te doen voor onze tuin. Dit jaar kan je nog veel meer uitgewerkte ideeën en toekomstbeelden bekijken in Nederland. Daar gaat van 14 april tot en met 9 oktober de grootste tienjaarlijkse land- en tuinbouwtentoonstelling door op wereldniveau, de Floriade!

Tuinhier Marke gaat er alvast naar toe. Leden krijgen een uitnodiging om in te schrijven. Niet-leden houden best deze website in het oog.

Dichterbij kan je naar de Gentse Floraliën, van 29 april tot en met 8 mei. Dit alles natuurlijk als het lelijke beestje geen roet in het eten gooit of opnieuw voor uitstel zorgt.

In februari is het tijd om het tuinmateriaal voor de eerste keer te gebruiken. De heggenschaar, verticuteer- en grasmachine zetten we in orde, of sturen we eerst nog eens op onderhoud, als dit niet eerder gebeurde. We doen dit evenzo met het andere materiaal met een motor (kettingzaag, ploeg, freesmachine, enz.). Als de eerste zonnestralen zorgen voor droogte en opwarming kunnen we de koude kas opruimen en verluchten. In de serre planten we de eerste sla. Laat je niet te veel bedotten door de zonnige en mooie dagen! Het kan nog stevig vriezen en de nachten kunnen behoorlijk koud zijn. Te snel zijn zorgt er niet voor dat je grote voorsprong opbouwt ten opzichte van de late beginners.

Wat je ook niet mag vergeten in februari, is het bekalken van je tuin en gazon. Doe dit doelbewust en overdrijf niet. Bekalken doe je best om de paar jaar en niet te veel. Geen kalk voor zuurminnende planten! Laat desgevallend eerst een grondonderzoek doen om te zien met wat, in welke hoeveelheden en wanneer je bemest! Als je in februari meststoffen gebruikt, gebruik dan traagwerkende meststoffen die hun kracht op het juiste moment (bij de groei van de planten) afgeven. Het is ook niet nodig om meststoffen te hebben per plantensoort, periode en bodemsoort. Zoek een meststof die je gemakkelijk in de gehele tuin en het hele jaar kan gebruiken. Vergeet niet: teveel is niet goed!

De eerste tuinwerkzaamheden bestaan vooral uit snoeien en opruimen, als het niet vriest. Ruim niet te veel op; uitgedroogde en afgestorven plantendelen beschermen nog tegen de vorst. De grond kan al bewerkt worden mits het warm en droog genoeg is. Struiken, bomen en rozen kunnen verplant en gescheiden worden. Maak de insectenhotels en vogelhuisjes klaar en hang ze op een goede plaats. Denk er ook aan dat watertonnen en vijvers nog kunnen bevriezen. Kijk al je zaai- en plantgoed na en gooi wat te oud is weg. Ga er van uit dat zaad meestal maar één à twee jaren goed blijft. Plantgoed doet dit maar één seizoen. De ramen van serre en koude kas kunnen op een zonnige, vorstvrije dag al eens een grondige kuisbeurt krijgen.

Wil je op tijd kunnen planten? Dan gaan vroege vogels al aan de slag met het zaaien en verplanten van tomaten en paprika’s, erwten, bonen , sla en nog veel meer. Doe dit echter altijd met de nodige zorg en voorzichtigheid ! Begin best op het einde van februari, je bent dan nog meer dan vroeg genoeg. Zorg ook voor een goede timing zodat je planten op het juiste moment naar buiten of naar de serre kunnen. Laat de aardappelen een beetje voorkiemen zodat je ze op het juiste moment kan planten en het loof niet boven staat als het nog vriest.

Winterbescherming

De koelte kwam er begin november nogal onverwacht met bijwijlen hevige regenvlagen. Hopelijk kon alles tijdig op een veilige en vorstvrije plaats geborgen worden. De uitgebloeide chrysanten krijgen een plaats op de composthoop of verdwijnen in de groenkar. De netten om bladeren te verzamelen zijn weg en misschien is de eerste vorst al verschenen. Ondertussen eten we volop zelf gekweekt witloof of champignons. We bereiden nog wat kerststukjes voor en genieten van de warmte binnenshuis.

In de moes-, sier- fruittuin is alles tot rust gekomen. Dit wil echter niet zeggen dat er niets meer te doen is. Regelmatige inspectie van de winterbescherming en de opgeborgen planten is en blijft nodig. Prei stop je best met de wortel in de grond en leg er bovenaan een laag bladeren over. Als je prei gebruikt, neem dan prei uit het midden van de bundel, zo vermijd je te erg beschadigde prei. Rot loert echter ook om de hoek, zorg er dus voor dat er tijdig lucht aan je groenten kan. Het is nu ook hoog tijd om aan het volgende jaar te denken. We kijken onze voorraden aan meststoffen, zaden, en plantgoed na. Wat we nodig hebben, kunnen we nu bestellen. We moeten al denken aan de vroege bemesting en bekalken en ook aan welke groenten we op welke plaats in de loop van het jaar willen planten.

Druivelaar en esdoorn en uitgebloeide sierstruiken mogen nu gesnoeid worden. De buxus, laurier en camelia kan je nu naar de koude kas verplaatsen. Potten kunnen kapotvriezen, vermijd daarom dat water in de pot kan blijven staan. Voorzie eventueel een winter(be)kleding. Planten moet je nu geen water meer geven (wel nog de kamerplanten). Veel sierstruiken kunnen nu gestekt worden . Gebruik hiervoor éénjarige scheuten. Gebruik stekken uit het midden van de tak, ter lengte van een potlood en de dikte van een potlood. Bind ze samen in pakjes en leg ze in vochtige grond ( één derde boven de grond). Begin maart kan je deze uitplanten in volle grond (mits het niet te hard vriest). Controleer je kamerplanten zo De plant nu en dan eens benevelen bestrijdt de rode spin. De kerstster vraagt voldoende licht, warmte en vocht. Teveel water zorgt voor wortelrot. dat ze voldoende licht en vocht krijgen.

In januari kunnen we nog altijd witloof en champignons en zwammen forceren. We controleren verder de oogst van het voorbije jaar. De eerste pootaardappelen laten we spruiten en een zaai- en plantplan voor het komende jaar wordt opgemaakt. Laten we niet onze wisselteelt vergeten ! In de siertuin verschijnen de eerste winterbloeiers zoals winterjasmijn, hamamelis, sarcococca, het peperboompje, chimomanthus praecox, winterakoniet en zeker de kerstrozen (Helleborus). Laat nu je grasmaaier en ander tuinmateriaal nakijken en onderhouden. Sluit buitenkraantjes af.

De tuin in november

Dat we dit jaar al heel wat water verwerkten kan niet ontkend worden. Toch hadden we ook veel droge en zonnige dagen hoewel ze in het algemeen niet zo warm waren als de voorgaande jaren. In november zijn we aanbeland in een maand waarin veel mist voorkomt en het al eens kan vriezen. In onze tuin kunnen we volop genieten van herfstbeelden, spinnenwebben, dauw, gekleurde bladeren, verdroogde planten en bloemen. Op het terras en in bakken staan nog late chrysanten of herfstbloeiers en misschien al de eerste echte winterplanten. In onze moestuin liggen de eerste winterbedden en hebben we misschien al onze compost uitgespreid.

In onze siertuin vermindert de groei van de planten en maken ze zich klaar voor de winter. De bladeren vallen nu volop en we kunnen ze gaan gebruiken om planten tegen vorst te beschermen of om compost te maken. Als je eikenbladeren hebt, gebruik ze dan best onder of rond zoutminnende planten zoals rododendron of heide. Heb je veel andere bladeren, vermeng ze dan met je compost. Bladeren van de plataan of de kastanje kan je gebruiken in herfststukjes. Bladeren van de bomen in de straat kan je verzamelen in de daartoe voorziene netten of kooien.

Je kan nu nog volop lentebloeiende bolgewassen planten. Plant ze wel voldoende diep. Ongetwijfeld kent iedereen de narcis, de krokus, de tulp en de hyacint. Maar ook iets minder bekende soorten kunnen mooi zijn zoals scilla, muscari of keizerskroon, allium, camassia, chionodoxa, sneeuwklokje, anemoon, eranthus en nog veel meer. Sommigen kan je in pot of bak planten om heel vroeg mooi versierde vensterbanken of terras te hebben.

Wat je ook best doet voor de winter is snoeien. Sommige planten moeten voor de winter gesnoeid worden zoals notenboom, berk, esdoorn en druivelaar. De korte rozen kan je nu ook tot halverwege snoeien, als ze uitgebloeid zijn. Zo vermijd je schade bij hevige wind of extreme kou. Kuip- en terrasplanten verhuizen best voor de vorst naar binnen. Sommige kunnen afgedekt worden met stro en gaatjesplastiek.

In de moestuin is de tijd aangebroken om op te ruimen alhoewel sommige teelten gerust mogen blijven staan (winterprei, spruitkool, savooikool, rode kool, winterspinazie, winterpostelein, veldsla winterwortelen, kervel). Let er wel op dat je nog kan oogsten bij vorst en winterse neerslag. Het tuingereedschap wordt nagekeken, afgekuist, ingeolied en weggezet. Nu is het ook tijd om volop lof op te kweken. Witlo(o)f , roodlof, groenlof kunnen nu volop gekweekt worden. Witloofwortelen zijn sinds enkele jaren volop te verkrijgen. Eigen gekweekt witloof kan veel verser verbruikt worden en onder de omstandigheden die je zelf in handen hebt.

De tuin in september

Dat de maanden juli en augustus dit jaar een beproeving geweest zijn, valt niet te ontkennen. De temperatuur was een stuk lager dan vorige jaren, de vochtigheid veel hoger dan anders. Dit zorgde ervoor dat alles uitbundiger groeide en het ongedierte zich volop tegoed kon doen. Plagen en ziektes staken de kop op, door de droogte van voorgaande jaren wisten we niet meer dat ze bestonden. We hebben ondertussen al resultaten gezien, hoewel ikzelf niet mag klagen.

September is niet alleen een maand van oogsten, maar ook van snoeien, ruimen en zelfs zaaien en planten. Winterkropsla, winterprei, Romeinse sla, winterspinazie, veldsla, radijzen kunnen, mits het niet te koud wordt, nog volop groeien. De koude bak kan nog gebruikt worden voor kervel, peterselie, gewone sla, … . Onze oogst moeten we ook in het oog houden, vooral om te kunnen bewaren. Sommige groenten vragen een beetje vorst om goed te smaken (spruiten, pastinaak, selder, …). Andere kunnen geen vorst uitstaan (vooral bladgroenten, aardappelen, …). Groenten of vruchten die beschadigd zijn, verbruik je best zo snel mogelijk.

Vanaf september stoppen we met bemesten van de bloembakken en potten op het terras. Laat de planten tot rust komen en hun zaden afrijpen. Je kan ook stekken nemen, het is de ideale periode ervoor (minder licht en warmte). Maak gebruik van je serre of veranda om de plantjes wortels te laten vormen.  Sommige planten zijn makkelijk te stekken (geranium, buxus, …), bij andere gaat dit totaal niet. Stekken is een scheutje afsnijden en voorkomen dat er nog contact is met het wortelgestel van de moederplant.  De stek moet dus op zijn eigen wortels ontwikkelen. Dit kan je bevorderen door stekpoeder te gebruiken.

De pluktijd is aangebroken in de fruittuin. Let er op tijdig, maar ook niet te vroeg te plukken. De smaak van appel, druif en peer kan echt van dag tot dag verschillen. Als hevige regen of hagel voorspeld wordt, let dan goed op want de schade aan rijpe vruchten kan groot zijn. Als je vruchten plukt, doe het dan voorzichtig en breek de vruchtstelen niet af. Pluk binnen handbereik en begin van onder naar boven en van buiten naar binnen. Zorg dat zo weinig mogelijk vruchten vallen of gekwetst geraken, leg ze voorzichtig neer. Pluk in de voormiddag en bij droogte.

Zomer in aantocht.

Eindelijk is de zomer in aantocht. Na een lang, koud voorjaar met kans op vorst tot de ijsheiligen zijn eindelijk betere tijden aangebroken. De terrassen zijn terug open, de verenigingen kunnen binnenkort weer opstarten en een betere zomerperiode dan 2020 staat aan de horizon. Tijd ook om het al aanwezige moois in onze tuin te bewonderen en de eerste vruchten en groenten te oogsten.

Het weer wordt beter, droger en warmer en we moeten beginnen met reserves aan te leggen. Als het regent, vangen we zoveel mogelijk water op om onze planten te besproeien in droge periodes. We moeten op warme droge dagen zorgen voor schaduw in de serre, in de koude bak, de veranda, maar ook in de tuin. Het belang van ventileren en ventilatie hebben we ondertussen al aan de lijve ondervonden, maar dit is ook onontbeerlijk in de tuin. Op die manier vermijd je vele ziekten en plagen. Warmt minnende planten kunnen volop buiten geplant en geplaatst worden, de kans op nachtvorst of koude nachten is verdwenen.

In juni eten we niet alleen de eerste nieuwe aardappelen, maar ook de eerste jonge erwtjes. Als je erwten oogst, snij ze eens af tot tegen de grond in plaats van ze uit te trekken. Op de wortels staan knobbeltjes waarmee waardevol stikstof terug afgegeven wordt aan de bodem. Na de erwten plant je dan best bladgroenten, zoals kolen. In juni kan je nog gerust bleekselder en groene selder planten of roodlof (radicchio). Witloof kan nu ook gezaaid worden op een niet bemest perceeltje. Heb je nog plaats? Plant dan gerust bonen (stok-, stam- of pronk-, sperzie- of prinsessenbonen). Tomaten komen nu buiten volop tot hun recht. Probeer ook eens om tomaten in een zak te telen. Wil je de exotische toer op? Probeer eens paksoi, Chinese kool of andere oosterse bladgroentes.

Vlijtige liesjes en begonia’s komen het best tot hun  recht vanaf juni. De uitgebloeide voorjaarsbollen worden opgeruimd en vervangen door eenjarigen. Terrasplanten moeten nu regelmatig voldoende water krijgen. Vergeet niet om regelmatig bij te bemesten. Borders moeten nu zuiver gehouden worden, vrij van onkruid, uitgebloeide stengels en bladeren … Eind juni kan je beginnen met het snoeien van buxus en haagplanten. Controleer regelmatig je buxus op rupsen en andere plagen. Rozen zijn nu gevoelig voor bladluizen en witziekte.

In de fruittuin moeten we de eerste zomersnoei uitvoeren en aandachtig zijn voor aanvallen van fruitmotten. Als de bessenstruiken (rode en witte bessen) te geweldig groeien, nijpen we het nieuwe vruchthout in op een paar bladeren van de top en nemen we onnodige voetscheuten weg. De eerste kersen, rode bessen en frambozen worden al geoogst.

Het kan vriezen maar ook heet en droog zijn.

We zagen niet te veel maartse buien, eerder echte aprilse grillen. Maar de maand mei heeft ook zo zijn trekjes. Het kan nog vriezen, maar ook heet en droog zijn. Het weer wordt wel wat stabieler en de temperatuur haalt een hoger niveau. Na half mei kunnen we volop aan de slag gaan.

De bloembakken worden gevuld en na half mei (ijsheiligen!) buiten gezet. In bloembakken zorg je voor ruimte, des te meer wortels worden gevormd en des te groter de planten ontwikkelen. Zorg ook voor een goede waterhuishouding: Te veel aan water wordt afgevoerd en tekorten worden getemperd met wateropslag. Wateropslag gebeurt ofwel in een schaal onderaan ofwel (en best) door gebruik te maken van een luchtige, vochthoudende en voedzame grond. Je kan tegelijkertijd andere hulpmiddelen gebruiken zoals de potgrond voorzien van wat terracotem (zorgt voor langdurige en gelijkmatige watervoorziening) en osmocotepillen (voorverpakte meststof die afgegeven wordt bij ideale omstandigheden. Bloembakken die in de schaduw staan krijgen andere planten dan de bloembakken die de ganse dag in de zon staan. Begonia, fuchsia, streptocarpus lukken best in de schaduw. Pelargonium en surfinia of petunia’s zijn dan eerder geschikt om in de zon te vertoeven. Van alle vernoemde soorten bestaan vele tientallen soorten kleuren en groottes, zowel staand als hangend.

In de fruittuin is het vanaf nu hoofdzaak om onkruid te bestrijden en de vijanden van onze vijanden aan te trekken. Onkruid verwijder je best door met de hand uit te trekken en in mei niet te veel te schoffelen. Op onze fruitbomen komen heel veel schadelijke insecten (vijanden) tot leven, zoals fruitmotten, bladluizen, rupsen, stippelmotten, perenbladvlo, bloedluizen, thripsen, wantsen, … . De ideale oplossing hiertegen is kippen laten lopen tussen en rond je fruitbomen. Zij pikken immers de meeste insecten en hun larven en eitjes weg. Maar niet iedereen heeft die mogelijkheid. Vandaar dat het nuttig is om vijanden van de vijanden aan te trekken. Lieveheersbeestjes helpen tegen bladluizen, maar blijven niet zitten op de planten. De meeste telers maken gebruik van oorwormen. Deze laatste eten veel insecten en blijven, mits gebruik van een hulpmiddel, zitten in de bomen. Ze kruipen graag in holen en spleten. Vandaar dat je bloempotjes gevuld met stro ziet hangen in fruitbomen. Oorwormen maken maar één nestje per jaar en doen dit in de grond (ze komen boven in mei, dus niet schoffelen). De oorworm komt boven en leeft de rest van het seizoen o.a. in de bomen.

Mei is ook de ideale maand om de warmteminnaars uit te planten in de serre of buiten (na 15 mei). Tomaten, paprika’s, komkommers, meloenen, pompoenen, bonen, suikermaïs, kolen, bernagie, dille, kervel, struikbonen, corgetten, patisson, kalebassen, sierfruit, oost-indische kers, aubergines, … / Keuze te over en van de vele soorten bestaan steeds meerdere variëteiten.

De tuin in april.

Enkele heel mooie dagen eind februari, een frisse, maar mooie eerste maartse week deden onze handen jeuken en zorgden er voor dat we (misschien) iets te onstuimig begonnen zijn in onze tuin. Ons mooie werk werd snel teniet gedaan door de vele regen en wind. Onze grond geraakte niet genoeg opgewarmd en opgedroogd. Maar desondanks was er al enige bloei en groei te zien in onze tuinen. Voor april geldt juist hetzelfde: “Niet te onstuimig aan de slag gaan!”.

Alle tuiniers weten het: bemesting en vocht zijn heel belangrijk! Bij het spitten zorg je daarom beter voor het onderwerken van wat compost of mest (best natuurlijke). Het behouden van vocht is steeds belangrijker om de tuin er goed te laten uitzien. Vorig jaar volgde na een korte week met regen een heel lange droge periode waardoor vele groenten en planten een tekort aan vocht toonden. De groei liep grote achterstand op of ging de verkeerde richting uit eens het terug begon te regenen. Een andere oplossing om vocht te behouden bestaat uit mulchen. Eenvoudigweg: breng het maaisel van je gazon mooi gespreid (maximaal 3 à 5 cm vers gemaaid gras) aan tussen je net aangeplante of gezaaide groenten aan. Dit zorgt voor het behoud van vocht en remt de onkruidgroei. Hou eventueel onkruid weg door regelmatig te schoffelen of te wieden, zo bespaar je ook vocht. Diepwortelende onkruiden trek je best volledig, met wortel, uit. Om plagen van ongedierte te verminderen, plant je best verschillende soorten planten en groenten aan.

In april moet je nog steeds opletten voor nachtvorst, let dus op wanneer je bepaalde planten naar buiten brengt. Begin april kan je binnenshuis nog komkommer, courgette, pompoenen, meloenen, pronkbonen, suikermaïs, patisson en augurken zaaien. Zorg voor mooie, niet te kleine potjes en beperk je tot één plantje per potje. Wees niet te snel om buiten te planten, wacht zeker tot na de ijsheiligen! Je kan nu ook een kruidentuin aanleggen. Voorzie je geen apart hoekje, dan kan je ze aanplanten tussen andere planten of in de border. Tijm, salie, kervel, dille, venkel, rozemarijn, bieslook, marjolein, dragon, koriander, peterselie en zo veel meer kunnen een prachtig decor vormen in de tuin en tegelijkertijd een fijne smaak brengen in de keuken. Het merendeel van deze kruiden is zelfs winterhard.

In april kan je het gazon volop verzorgen. Nadat je eind februari, begin maart kalk gestrooid hebt kan je nu een middel strooien om het mos te laten afsterven. Ofwel is dit enkel een mosdodend middel, ofwel is dit een met mest gecombineerd middel. Eens het overgrote deel van het mos is afgestorven, kan je verticuteren en/of verluchten. Kale plaatsen worden terug ingezaaid met herstelgazon. Laat je niet te snel vangen aan zomerbloeiers, het kan nog steeds vriezen. De bollen van twaalf apostelen, dahlia en andere zomerbloeiers moeten dringend in de grond !

Groene vingers in maart

Onze watertonnen, regenputten en reserves aan grondwater zijn aangevuld. Veel vorst hebben we tot nu toe niet gezien. De dagen zijn langer geworden en de zachtere temperaturen doen hun intrede. Botten en knoppen staan klaar om te ontluiken. De eerste planten tonen hun pracht. De handen jeuken om te beginnen in de tuin. Haast is zelden goed. Deze spreuk is ook van toepassing in de tuin.

In de tuin werken vereist aangepast en efficiënt tuinmateriaal. Je hebt minstens een spade of tuinvork, een schoffel of hak, een plantschopje, een hark, een snoeischaar , laarzen en handschoenen nodig. Als je dit materiaal gebruikt hebt, maak het onmiddellijk proper en leg het droog (of licht ingeolied) weg. Persoonlijk kuis ik mijn gebruikt materiaal af, laat het opdrogen en olie het telkens in. Om in te oliën gebruik ik een oude verfborstel en een bus oude motorolie.

Starten in de moestuin is beter als de oude gewassen van het voorgaande jaar en alle onkruid verwijderd of ondergewerkt zijn. We spitten of maken de grond los . Als de grond droog genoeg is harken of hakken we hem fijn en glad. Wil je teelten vervroegen, dan kan je werken met (gaatjes)plastiek of vliesdoek. Dit zorgt er voor dat de grond wat sneller opwarmt. Om het schieten van het onkruid te onderdrukken kan je ook karton gebruiken. Als je gaat planten of zaaien, mag geen onkruid aanwezig zijn; zo heb je meer kans dat de gekweekte groentes niet overwoekerd worden. Als starter bekijk je best ook wat je kan en wil. Begin met mate en ga voor groenten die snel resultaat geven. Ga eerder voor versheid en onbehandelde groentes. Schat ook in hoeveel tijd je wekelijks wil spenderen in en om je tuin. Veeleisende teelten kunnen snel ontmoedigend werken. Wat radijzen, saladesoorten, uien, sjalotten, bonen en erwten zijn goed om te beginnen. Zelf plantjes opkweken in potjes binnenshuis of in een serre of koude bak geeft je de ultieme tuinervaring. Broccoli, bloemkool, sla, tuinboontjes en zoveel meer. Hieruit leer je hoeveel je nodig hebt en wanneer je best (ver)plant. Om je ervaringen te bewaren registreer je telkens wat je doet.

We maken dan jaarlijks een teeltschema op op basis van onze ervaringen en opbrengsten. We leren dan teelten op elkaar afstemmen, leren met welke ziekten en plagen we geconfronteerd werden, hoeveel te bemesten. Ook letten we op de teeltwisseling (zie vorige maand) en leren we wat vervolg-, opvolg-, tussen- en combinatieteelten zijn. We kunnen ook bepaalde groentes op een plaats combineren door hun snelheid van groeien (vb. radijs tussen sla).

De serre en koude bak worden in maart proper gemaakt en terug opgestart. Let wel nog op bij hevige vorst. Onder glas of plastiek kunnen jonge plantjes genieten van hogere temperaturen en beschutting tegen koude winden. Aubergines, tomaten, paprika’s kunnen na 15 maart volop in potjes gezaaid worden binnenshuis of in de serre. Deze zaden groeien het best bij een temperatuur van 20°.

Nu al aan de slag?

In februari jeuken de handen om aan de slag te gaan en moeten we goed nadenken over wat en hoe we tewerk zullen gaan in onze sier-, moes en/of fruittuin. Hoe bezorgen we onszelf veel tuinplezier zonder al te veel last? Hebben we wat zaai- en plantgoed over van de voorgaande jaren en is dit nog goed? Wat is al beschikbaar en wat heb ik nodig? Zijn er nieuwe planten of trends op de markt? Wanneer gaan we weer onbezorgd en met de nodige tijd winkelen in ons geliefd tuincentrum?

Die vele vragen mogen ons niet van het werk houden om uitbundig aan de slag te gaan. Als we groenten zelf willen telen, moeten we eraan denken om jaarlijks dezelfde groenten niet steeds op dezelfde plaats te telen. We passen zoveel mogelijk het principe van de wisselteelt toe. Hiermee kunnen we ziektes en vraat van ongedierte voorkomen en kunnen we te zwakke planten vermijden. Een voorbeeld: kolen die jaar na jaar op dezelfde plaats staan krijgen last van knolvoet en koolvlieg. De teelt wisselen houdt in dat we best rekening houden met een 3- of 4- jarige wissel (1 maal om de 3 of 4 jaar op dezelfde plaats hetzelfde groentetype plaatsen). Sommige groenten laten echter niet toe dat er gewisseld wordt, vb. asperge, rabarber  of artisjok. Meestal omdat deze groenten meerjarig zijn. In kleine moestuinen pas je best de methode over drie jaar toe. Je bemest je tuintje steeds op dezelfde manier, maar veelvraten worden gewisseld met planten die weinig nodig hebben. De invulling van de percelen kan je eenvoudig houden: perceel 1: erwten en bonen, prei, ui en sjalot, sla;  perceel 2, kolen, koolrabi, radijs, … ; perceel 3: aardappelen en bieten, pastinaak, schorseneer, tomaat en wortelen. Denk er hierbij ook aan dat het ene wat sneller kan geoogst worden dan het andere en dat je soms meerdere teelten in een jaar kan oogsten (radijs, prei, wortelen, … .

We kunnen natuurlijk ook alternatief gaan kweken, in potten, bakken of zakken, op het terras of op het balkon. Hoe groter de pot, bak of zak, hoe meer kans op succes. Let wel op: potten en bakken drogen sneller op en vragen regelmatig water. Gebruik veel potgrond en middelen die waterbehoud bevorderen (vb. terra-cottem, bloemaarde met substraten, …) of gebruik een bewateringssysteem. Plaats de potten ook niet te dicht bij elkaar en denke eraan dat ze ook sneller kunnen omwaaien of -vallen. Keuze te over wat je in potten, bakken en zakken kan kweken, het internet staat vol voorbeelden.

In de sier- en fruittuin kunnen we op een vorstvrije, droge dag beginnen snoeien. Winter- en lentebloeiers laten we eerst uitbloeien voor we ze snoeien. Sommige verdragen moeilijk grote snoei (toverhazelaar). Hou er wel rekening mee dat het in februari nog stevig kan vriezen of sneeuwen. Zorg steeds voor drinkwater voor de vogels maar vermijd dat ze zich kunnen wassen in het schaaltje. De kamerplanten moeten ook regelmatig water krijgen. Dompel de pot of kluit onder in water (best regenwater op kamertemperatuur) en laat ze uitlekken. Je kan ook de bladeren eens benevelen . Ruim nog steeds de bladeren van je gazon en bekalk het in februari. Laat je grasmaaier en verticuteerder nazien en in orde stellen. De serre mag je op een zonnige dag verluchten. Als er veel sneeuw ligt, gooi er dan een dikke laag van in je serre of koude bak.

Terugblik…

Het jaar 2020, we hadden heel veel verwachtingen, maar veel is veranderd! De maand december is een mooie maand om eens terug te kijken op het voorbije jaar en vooruit te kijken naar wat komt. Ook in de tuin is dit toe te passen. We hadden bijna vorstvrije maanden januari en februari en het jonge onkruid stak de kop op in maart. Helaas ook kwam een vies beestje voorbij dat ons allen nog steeds parten speelt. Plots konden we onze geliefde plantjes en zaden, die we jaarlijks met heel veel liefde planten en zaaien, niet meer halen. De winkels waren toe. We werden genoodzaakt alternatieven te zoeken en verder te doen met wat bij mondjesmaat beschikbaar kwam. In april deden we verder met wat we hadden en ver in mei konden we eindelijk onze schade wat inhalen, zij het op dat moment meestal te laat. Gelukkig dat we onder buren en vrienden wat kleine plantenruilacties konden doen. Eens juni kwam het prachtige weer dat ons toeliet om in juli, augustus en september veel te wandelen en plezier te hebben in het groen. September – oktober bracht ons de langverwachte regen en de rijke oogst van een vruchtbare zomer. In november en december komen we tot rust en ruimen we het uitgedroogde loof en gevallen bladeren op.

In december is niet veel te doen in de tuin, de aandacht gaat vooral naar kamerplanten en kerstversiering. De liefhebber brengt de eerste hyacinten en amarylissen naar de huiskamer waar deze planten rustig kunnen opgroeien. Voor de kerst kunnen bloembakken nog gevuld worden met winterharde planten. Laat de potplanten tot rust komen in de vorstvrije ruimte en geef heel weinig water. Rot en vocht zijn de grootste vijanden van overwinterende planten.

Heb je nog struiken of planten die een nieuwe bestemming moeten krijgen of eens stevig ingesnoeid moeten worden? Doe het nu, op een vorstvrije dag. Wil je de serre of koude bak eens wat opfrissen? Geef eens overmatig water zodat zouten en dergelijke meer eens kunnen uitspoelen. Of, moest het eens sneeuwen, gooi een dikke laag sneeuw in de koude bak of serre zodat deze rustig kan smelten.

Januari is een maand waarin we de tijd nemen om te plannen wat we willen doen in de tuin het komend jaar. We maken een tuinkalender op en bestellen de eerste zaden. We moet ook in het oog houden welke planten best op welk moment geplant worden en wanneer ze beschikbaar zijn. Ondertussen genieten we van de prachtige silhouetten van de resterende planten in de tuin. Sommige planten dragen nog bessen, andere bloeien of komen terug boven piepen. Blijf best weg van een bevroren gazon, ga zeker niet op bevroren vijvers, grachten of beken als je niet zeker bent dat het veilig is. Kijk de winterbescherming van je planten na. Klimop, blauwe regen , bruidsluier mag je vanaf nu snoeien. In januari kan je ook de eerste krokussen, narcissen, tulpen, blauwe en witte druifjes in bloei trekken door ze op te potten en naar binnen te brengen. Als ze uitgebloeid zijn, kan je ze een plaats geven in de tuin.