Eindelijk is de zomer in aantocht. Na een lang, koud voorjaar met kans op vorst tot de ijsheiligen zijn eindelijk betere tijden aangebroken. De terrassen zijn terug open, de verenigingen kunnen binnenkort weer opstarten en een betere zomerperiode dan 2020 staat aan de horizon. Tijd ook om het al aanwezige moois in onze tuin te bewonderen en de eerste vruchten en groenten te oogsten.
Het weer wordt beter, droger en warmer en we moeten beginnen met reserves aan te leggen. Als het regent, vangen we zoveel mogelijk water op om onze planten te besproeien in droge periodes. We moeten op warme droge dagen zorgen voor schaduw in de serre, in de koude bak, de veranda, maar ook in de tuin. Het belang van ventileren en ventilatie hebben we ondertussen al aan de lijve ondervonden, maar dit is ook onontbeerlijk in de tuin. Op die manier vermijd je vele ziekten en plagen. Warmt minnende planten kunnen volop buiten geplant en geplaatst worden, de kans op nachtvorst of koude nachten is verdwenen.
In juni eten we niet alleen de eerste nieuwe aardappelen, maar ook de eerste jonge erwtjes. Als je erwten oogst, snij ze eens af tot tegen de grond in plaats van ze uit te trekken. Op de wortels staan knobbeltjes waarmee waardevol stikstof terug afgegeven wordt aan de bodem. Na de erwten plant je dan best bladgroenten, zoals kolen. In juni kan je nog gerust bleekselder en groene selder planten of roodlof (radicchio). Witloof kan nu ook gezaaid worden op een niet bemest perceeltje. Heb je nog plaats? Plant dan gerust bonen (stok-, stam- of pronk-, sperzie- of prinsessenbonen). Tomaten komen nu buiten volop tot hun recht. Probeer ook eens om tomaten in een zak te telen. Wil je de exotische toer op? Probeer eens paksoi, Chinese kool of andere oosterse bladgroentes.
Vlijtige liesjes en begonia’s komen het best tot hun recht vanaf juni. De uitgebloeide voorjaarsbollen worden opgeruimd en vervangen door eenjarigen. Terrasplanten moeten nu regelmatig voldoende water krijgen. Vergeet niet om regelmatig bij te bemesten. Borders moeten nu zuiver gehouden worden, vrij van onkruid, uitgebloeide stengels en bladeren … Eind juni kan je beginnen met het snoeien van buxus en haagplanten. Controleer regelmatig je buxus op rupsen en andere plagen. Rozen zijn nu gevoelig voor bladluizen en witziekte.
In de fruittuin moeten we de eerste zomersnoei uitvoeren en aandachtig zijn voor aanvallen van fruitmotten. Als de bessenstruiken (rode en witte bessen) te geweldig groeien, nijpen we het nieuwe vruchthout in op een paar bladeren van de top en nemen we onnodige voetscheuten weg. De eerste kersen, rode bessen en frambozen worden al geoogst.

tegelijkertijd andere hulpmiddelen gebruiken zoals de potgrond voorzien van wat terracotem (zorgt voor langdurige en gelijkmatige watervoorziening) en osmocotepillen (voorverpakte meststof die afgegeven wordt bij ideale omstandigheden. Bloembakken die in de schaduw staan krijgen andere planten dan de bloembakken die de ganse dag in de zon staan. Begonia, fuchsia, streptocarpus lukken best in de schaduw. Pelargonium en surfinia of petunia’s zijn dan eerder geschikt om in de zon te vertoeven. Van alle vernoemde soorten bestaan vele tientallen soorten kleuren en groottes, zowel staand als hangend.
Alle tuiniers weten het: bemesting en vocht zijn heel belangrijk! Bij het spitten zorg je daarom beter voor het onderwerken van wat compost of mest (best natuurlijke). Het behouden van vocht is steeds belangrijker om de tuin er goed te laten uitzien. Vorig jaar volgde na een korte week met regen een heel lange droge periode waardoor vele groenten en planten een tekort aan vocht toonden. De groei liep grote achterstand op of ging de verkeerde richting uit eens het terug begon te regenen. Een andere oplossing om vocht te behouden bestaat uit mulchen. Eenvoudigweg: breng het maaisel van je gazon mooi gespreid (maximaal 3 à 5 cm vers gemaaid gras) aan tussen je net aangeplante of gezaaide groenten aan. Dit zorgt voor het behoud van vocht en remt de onkruidgroei. Hou eventueel onkruid weg door regelmatig te schoffelen of te wieden, zo bespaar je ook vocht. Diepwortelende onkruiden trek je best volledig, met wortel, uit. Om plagen van ongedierte te verminderen, plant je best verschillende soorten planten en groenten aan.
In april kan je het gazon volop verzorgen. Nadat je eind februari, begin maart kalk gestrooid hebt kan je nu een middel strooien om het mos te laten afsterven. Ofwel is dit enkel een mosdodend middel, ofwel is dit een met mest gecombineerd middel. Eens het overgrote deel van het mos is afgestorven, kan je verticuteren en/of verluchten. Kale plaatsen worden terug ingezaaid met herstelgazon. Laat je niet te snel vangen aan zomerbloeiers, het kan nog steeds vriezen. De bollen van twaalf apostelen, dahlia en andere zomerbloeiers moeten dringend in de grond !
In de tuin werken vereist aangepast en efficiënt tuinmateriaal. Je hebt minstens een spade of tuinvork, een schoffel of hak, een plantschopje, een hark, een snoeischaar , laarzen en handschoenen nodig. Als je dit materiaal gebruikt hebt, maak het onmiddellijk proper en leg het droog (of licht ingeolied) weg. Persoonlijk kuis ik mijn gebruikt materiaal af, laat het opdrogen en olie het telkens in. Om in te oliën gebruik ik een oude verfborstel en een bus oude motorolie.
De serre en koude bak worden in maart proper gemaakt en terug opgestart. Let wel nog op bij hevige vorst. Onder glas of plastiek kunnen jonge plantjes genieten van hogere temperaturen en beschutting tegen koude winden. Aubergines, tomaten, paprika’s kunnen na 15 maart volop in potjes gezaaid worden binnenshuis of in de serre. Deze zaden groeien het best bij een temperatuur van 20°.
Die vele vragen mogen ons niet van het werk houden om uitbundig aan de slag te gaan. Als we groenten zelf willen telen, moeten we eraan denken om jaarlijks dezelfde groenten niet steeds op dezelfde plaats te telen. We passen zoveel mogelijk het principe van de wisselteelt toe. Hiermee kunnen we ziektes en vraat van ongedierte voorkomen en kunnen we te zwakke planten vermijden. Een voorbeeld: kolen die jaar na jaar op dezelfde plaats staan krijgen last van knolvoet en koolvlieg. De teelt wisselen houdt in dat we best rekening houden met een 3- of 4- jarige wissel (1 maal om de 3 of 4 jaar op dezelfde plaats hetzelfde groentetype plaatsen). Sommige groenten laten echter niet toe dat er gewisseld wordt, vb. asperge, rabarber of artisjok. Meestal omdat deze groenten meerjarig zijn. In kleine moestuinen pas je best de methode over drie jaar toe. Je bemest je tuintje steeds op dezelfde manier, maar veelvraten worden gewisseld met planten die weinig nodig hebben. De invulling van de percelen kan je eenvoudig houden: perceel 1: erwten en bonen, prei, ui en sjalot, sla; perceel 2, kolen, koolrabi, radijs, … ; perceel 3: aardappelen en bieten, pastinaak, schorseneer, tomaat en wortelen. Denk er hierbij ook aan dat het ene wat sneller kan geoogst worden dan het andere en dat je soms meerdere teelten in een jaar kan oogsten (radijs, prei, wortelen, … .
We kunnen natuurlijk ook alternatief gaan kweken, in potten, bakken of zakken, op het terras of op het balkon. Hoe groter de pot, bak of zak, hoe meer kans op succes. Let wel op: potten en bakken drogen sneller op en vragen regelmatig water. Gebruik veel potgrond en middelen die waterbehoud bevorderen (vb. terra-cottem, bloemaarde met substraten, …) of gebruik een bewateringssysteem. Plaats de potten ook niet te dicht bij elkaar en denke eraan dat ze ook sneller kunnen omwaaien of -vallen. Keuze te over wat je in potten, bakken en zakken kan kweken, het internet staat vol voorbeelden.
en amarylissen naar de huiskamer waar deze planten rustig kunnen opgroeien. Voor de kerst kunnen bloembakken nog gevuld worden met winterharde planten. Laat de potplanten tot rust komen in de vorstvrije ruimte en geef heel weinig water. Rot en vocht zijn de grootste vijanden van overwinterende planten.
De planten die niet vorstbestendig zijn zoals brugmansia, agapanthus, oleander, gunnera, kardoem en palmbladerplanten worden best op een vorstvrije plaats ondergebracht. Andere zullen omwille van hun omvang of standplaats een bescherming moeten krijgen (bananenplant, sier- en stamrozen, …) van stro, droge bladeren en een plastiek omhulsel met gaatjes in. Die gaatjes dienen om het vocht te laten ontsnappen. Anders zal het water aan de binnenkant van de plastiek bevriezen en zo in aanraking komen met uw plant waardoor ze gaat rotten en/of kapot gaat. Planten die volop in de wind staan worden best een stuk teruggesnoeid of ook in een omhulsel verpakt. Koude ijzige wind kan heel veel schade toebrengen aan planten die zelfs tegen matige vorst kunnen. Zodoende worden rozen teruggesnoeid tot op een hoogte van 15 à 20 cm om minder wind te vangen. Ze worden op 2 à 3 knoppen gesnoeid na de winter, als ze terug beginnen uitlopen. Het is nog altijd niet te laat om bloembollen te planten, mits het niet vriest.
terug gezet op 2 à 3 ogen. Bemest best je rozen na de snoei. Vorstgevoelige lavatera en buddleia (vlinderstruik) worden nu best gekortwiekt. April is ook de ideale maand om uw borders te bemesten maar vergeet niet: overdaad schaadt!
In ieder geval mag je al volop bemesten in de tuin, voer je composthoop uit en bekalk als je dit nog niet hebt gedaan. Het is misschien aan te raden om tussen de borders en in je moestuin stilletjes te beginnen spitten, mits het niet vriest. Dit jaar zullen we na de vochtige en donkere wintermaanden veel last hebben van mos tussen de planten en in het gazon. Let op waar je spit, het is immers volop ontluiktijd voor krokussen, narcissen, tulpen, muscari en andere voorjaarsbloeiers. Verwijder al het onkruid dat je tegenkomt en schoffel regelmatig. Nieuwe vaste planten, struiken, coniferen en bomen kunnen nu nog geplant worden. Winterbescherming mag, mits geen te harde en lange vorstperiode word verwacht, stilaan weggenomen worden.
Dan moeten we maar aan de slag gaan binnenshuis. We kunnen al aardappelen laten voorkiemen op een koele plaats, witloofwortelen uitplanten in een donkere emmer of champignons kweken; er zijn voldoende soorten en rassen te koop in direct bruikbare pakketten. Spruit- en kiemgroenten kunnen nog altijd gezaaid en geoogst worden. De vroege vogels onder ons gaan al, in de tweede helft van februari, aan de slag met het zaaien van tomaat, paprika, sla, tuinkers, koolrabi, bloemkolen, vroege peulen, wortelen … . In de koude kas kan ook al kervel, peterselie, radijs, spinazie uitgezaaid worden. Anderen wagen zich al aan het planten van vroege aardappelen (in koude kas of onder een stevige bescherming).
Een aantal belangrijke bewerkingen mogen al uitgevoerd worden in de tuin. Er mag al volop kalk gestrooid worden, de composthoop mag uitgevoerd worden en de te grote stukken worden klein gemaakt. Serreliefhebbers kuisen al een eerste maal grondig de ruiten en afvoeren. Regentonnen en dakgoten mogen ook al eens proper gemaakt worden als dit niet eerder gebeurde. Uitgebloeide bollen van hyacinten planten we buiten (als het niet vriest). Ben je vergeten om je bloembollen van narcissen en tulpen uit te planten in het najaar? Je kan ze nu nog uitplanten als het niet vriest. Of je plant ze onderaan in een bloembak, waar je later de eerste viooltjes bovenop plant. Zo heb je na de viooltjes mooie narcissen en tulpen die je in mei kan vervangen door zomerbloeiers. De bollen van dahlia’s kunnen in een pot geplant worden en vorstvrij bewaard. Op die manier worden de eerste uitlopers gevormd.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.