Oktober, opruimmaand in sier-, fruit- en moestuin

Oktober is de ideale maand om op te ruimen in de siertuin, fruittuin en moestuin. Dit jaar is het zo dat door de uitzonderlijke weersomstandigheden enkele bomen en struiken de geest gegeven hebben; dit zijn de eerste planten die we ruimen. De planten met rijpe zaden en bessen plukken we in zoverre de bessen eetbaar en de zaden bruikbaar zijn. Het laatste rijpe fruit (appelen, peren, herfstframbozen, late pruimen, noten, kastanjes…) wordt geplukt of geraapt. Het afgevallen en aangetaste fruit wordt opgeraapt en op de composthoop gegooid. Pompoenen en courgettes worden op een droge plaats bewaard. Sommige van deze vruchten, bessen en afgestorven takken zijn ideale elementen om mee te bloemschikken. Droogbloemen en de hortensiabloemen kan je knippen als ze voldoende droog zijn en knisperen tussen de vingers. Hulst begint te bloeien en hemelsleutel verkleurt, verkleurde bladeren vormen een mooie achtergrond. Kuis je siertuin niet te geweldig op; sommige stengels en verdroogde takken zorgen bij dauw en omgeven door spinnenwebben voor mooie herfsttaferelen in de tuin.

Zolang het niet vriest kan je vaste planten scheuren en verplanten. Niet winterharde planten ontvangen best geen water meer en krijgen een winterbescherming (luchtig materiaal, gaatjesplastiek, …) of verhuizen naar een vorstvrije plaats. Heesters verplant je pas als ze hun bladeren hebben verloren. De vlinderstruik en het kaasjeskruid worden met een derde ingesnoeid (definitieve snoei gebeurt pas in het voorjaar). Snoeihout leg je op een hoopje met daartussen wat droge bladeren. Plaats hierbij een huisje voor egels en misschien logeert hier binnenkort familie egel. Bloembollen kunnen nog geplant worden. De bollen van begonia’s, dahlia’s, gladiolen en canna’s worden uit de grond gehaald en droog en vorstvrij bewaard.

In de serre en koude kas wordt veldsalade gezaaid en sommige groenten ingekuild (prei, wortelen, knolselder, …). De eerste witloofwortelen worden aangeschaft en geforceerd. Afgevallen bladeren en takken worden regelmatig verwijderd van het gazon. De composthoop wordt gezeefd en gebruikt op vrije percelen. Knoflook moet je nu planten. Gele bladeren van kolen worden verwijderd en we zaaien nog wat spinazie, veldsla of winterpostelein.

Vrije percelen worden in “winterwerk” gelegd en op de bolle ruggen worden groenbemesters gezaaid. Groenbemesters zijn planten die niet veel hulp vragen, maar een grote hulp bieden in het voorjaar. Er bestaan verschillende soorten en ze kunne bijna altijd gezaaid worden. Met groenbemesters verhoog je het percentage organische stof en het stikstofgehalte in de bodem. Ze helpen ook de bodemstructuur te verbeteren en beperken de onkruidvorming. De meest gebruikte soorten zijn facelia, lupine, wikke, rogge, mosterdzaad enz. …

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.